Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding
Over Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding
- Publicatiedatum:
- 28-05-2026
- Inwerkingtreding:
- 28-05-2026
3.1. Wat is het aantal cliënten per wet met een nieuwe episode van gastro-enteritis?
Definities
Opgenomen in de Algemene Uitgangspunten zijn:
- Indeling in Zvw, Wlz, forensisch zorgproces en Wmo
- Meetperiode
- Gebruik van vestiging
Toelichting
- Deze indicator wordt per week en op vestigingsniveau berekend.
- Een indicatie valt in de meetperiode als er minimaal 1 dag overlap is tussen de indicatieperiode (startdatum tot en met einddatum) en de meetperiode.
- De meetperiode betreft een week (maandag 0.00 uur tot en met zondag 23.59 uur), als parameter op te geven als week en jaar.
Registratie
Gastro-enteritis wordt herkend en vastgelegd aan de hand van codes uit één van de volgende coderingssystemen: ICPC, ICD-10 of SNOMED CT. De uitvraag vindt plaats op basis van ICPC. Voor ICD-10 en SNOMED CT wordt gebruikgemaakt van een mapping, zodat deze codes correct worden meegenomen. Deze mapping is opgenomen in de Algemene Uitgangspunten van het Uitwisselprofiel.
Binnen de ICPC-codering valt gastro-enteritis onder:
D73 - Veronderstelde gastro-enteritis
Bepalen nieuwe infectie
Een infectie wordt als een nieuwe infectie geregistreerd indien in de vier voorafgaande weken geen code is geregistreerd die past bij dezelfde infectie. Een episode wordt als afgesloten beschouwd na een periode van vier aaneengesloten weken zonder geregistreerde code. Indien binnen deze periode opnieuw een code wordt geregistreerd, wordt dit beschouwd als voortzetting van de bestaande episode en niet als een nieuwe infectie. De meetperiode is daarom de uitgevraagde week plus de voorgaande vier weken.
Berekening
- Selecteer alle indicatiebesluiten1 en de zorg- en verpleegprocessen2 met een Wlz-indicatie3, Zvw-indicatie4, forensisch zorgproces5 en Wmo-indicatie6.
- Filter de zorg- en verpleegprocessen1 waarvan de startdatum7 voor of gedurende meetperiode8 ligt en de einddatum9 na de start van de meetperiode8 ligt of waarbij geen einddatum9 is geregistreerd. De meetperiode8 is de uitgevraagde week plus de voorgaande vier weken.
- Filter de diagnostiseergebeurtenis10 aan de hand van de codelijsten11 ICPC doe dit op basis van de toelichting bij registratie.
- Tel het aantal unieke cliënten12 dat een nieuwe geregistreerde infectie heeft voor het totaal van de organisatie. Zie het onderdeel ‘bepalen nieuwe infectie’ voor de criteria om vast te stellen of er sprake is van een nieuwe infectie.
- Tel op basis van stap 4 het aantal unieke cliënten12 per Wlz-indicatie3, Zvw-indicatie4, forensisch zorgproces5 en Wmo-indicatie6 tel de laatste twee onder overig.
- Bepaal op basis van het zorg- en verpleegprocessen1 de vestiging13.
- Haal voor alle vestigingen13 het vestigingsnummer14 op. Dit is de input voor de rijen van de eerste kolom, indeling.
- Tel het aantal unieke cliënten12 dat een nieuwe geregistreerde infectie heeft per vestiging. Zie het onderdeel ‘bepalen nieuwe infectie’ voor de criteria om vast te stellen of er sprake is van een nieuwe infectie.
- Tel op basis van stap 8 het aantal unieke cliënten12per Wlz-indicatie3, Zvw-indicatie4, forensisch zorgproces5 en Wmo-indicatie6 tel de laatste twee onder overig.
| Indeling | Aantal_Wlz_GE | Aantal_Zvw_GE | Aantal_overig_GE | Totaal_GE |
|---|---|---|---|---|
| Totaal organisatie | Stap 5 | Stap 5 | Stap 5 | Stap 4 |
| Vestiging 1 | Stap 9 | Stap 9 | Stap 9 | Stap 8 |
| Vestiging 2 | Stap 9 | Stap 9 | Stap 9 | Stap 8 |
| Vestiging n | Stap 9 | Stap 9 | Stap 9 | Stap 8 |
Begrippen en ontologie
1 Indicatiebesluit
2 Zorg- en verpleegproces
3 Wlz-indicatie
4 Zvw-indicatie
5 Forensisch zorgproces
6 Wmo-indicatie
7 Startdatum
8 Meetperiode
9 Einddatum
10 Diagnostiseergebeurtenis
11 Codelijst
12 Cliënt
13 Vestiging
14 Vestigingsnummer